Cursus C

 

‘Joodse literatuur’

 

 

In deze cursus worden vier boeken uit de hedendaagse Joodse literatuur besproken.

 

 

16 januari 2017   Ayelet Gundar-Goshen, Eén nacht, Markovitsj

Met dit boek won de schrijfster in 2012 de Israëlische Sapirprijs voor het beste debuut. Voor haar korte verhalen en filmscripts ontving ze eerder prijzen. Ayelet Gundar-Goshen studeerde psychologie in Tel Aviv. Haar masters volgde ze op met een opleiding Film & Script in Jeruzalem.

 

Eén nacht, Markovitsj is een beeldend en sensueel, soms ironisch en verrassend lichtvoetig boek. Bij oppervlakkige lezing heeft de roman veel weg van een sprookje. In essentie wordt echter de ontstaansgeschiedenis van de staat Israël beschreven. Veel van de gebeurtenissen, hoe sprookjesachtig of grotesk ook beschreven, hebben echt plaatsgevonden. Met humor als machtig middel wordt over ernstige zaken geschreven.

 

Eén nacht, Markovitsj speelt zich grotendeels af in een dorp in Galilea en bestrijkt de periode van vlak voor de Tweede Wereldoorlog tot kort voor de Zesdaagse Oorlog (1967). Niet de Tweede Wereldoorlog staat centraal, maar de Onafhankelijkheidsoorlog (1947-1949). Joden die tijdig naar Palestina waren ontkomen, dachten liever niet terug aan Europa en richtten zich op de toekomst in het nieuwe land. 

Toch moeten twee joden uit Palestina vluchten vanwege een boze echtgenoot. De opvallende en altijd aanwezige Zeëv Feinberg heeft de vrouw van de slager verleid, zijn timide vriend Jacob Markovitsj is medeplichtig. De zionistische ondergrondse biedt een uitweg door hen naar Europa te verschepen. Daar trouwen ze beiden een joodse vrouw, zodat ze naar Palestina kunnen emigreren. Bij thuiskomst staat een rabbi klaar om de huwelijken te ontbinden. Zo zijn de mannen gered en doen ze tegelijkertijd een heldendaad voor het joodse volk. Markovitsj is echter verliefd geworden op ‘zijn’ Bella, dat hij weigert zich van haar te laten scheiden. Het schijnhuwelijk wordt voor beiden een levenslange obsessie. Tussen de lieflijke geuren van sinaasappels proef je eenzaamheid en gemis.

 

 

30 januari 2017   Aharon Appelfeld, Plotseling, liefde

 

Plotseling, liefde is een vormtechnisch hoogstandje. Appelfeld laat de oude Ernst en de veel jongere Irene in korte hoofdstukken steeds dichter bij elkaar komen. Zij heeft een formidabel luisterend oor en een sterke behoefte om voor Ernst te zorgen. Antwoorden op zijn vragen heeft ze niet, of wil ze liever niet geven. Zijn verzoek om na zijn dood alle papieren te vernietigen brengt haar uit balans en boezemt haar angst in. Zoveel verantwoordelijkheid heeft ze nooit gehad. Ernst wordt ziek, kan zijn dagelijkse routine niet meer volhouden, maar weet zich er toch toe te brengen om een paar uur per dag aan zijn bureau te gaan zitten en aan het ultieme boek te werken. Af en toe leest hij haar stukken voor. Het bedwelmt haar, omdat ze uit dezelfde streek afkomstig zijn.

 

Heel natuurlijk worden de belevenissen van de jonge Ernst als fervent antisemitisch communist erin verweven. Irene krijgt zo informatie over haar achtergrond. Ernst blijkt het niet bij zijn ouders te moeten zoeken, maar bij de levens van zijn grootouders. Daar weet hij écht bij aan te knopen, hun wezen te karakteriseren.

 

Appelfeld schrijft geen woord te veel. Toch zit de tekst barstensvol gevoel. Via het dagelijks leven laat hij de lezer reizen naar de wereld van sagen en magie, gebeden en dromen. Dit boek is een schrijverscredo. Alles wat eenvoudig lijkt, is zwaarbevochten. Het toneel van een zware strijd. Niemand is zo moeilijk tevreden te stellen als de schrijver zelf. Wanneer het hart er vrede mee heeft, dan glinsteren de passages. Dat is het wonder van het schrijven. En in deze roman ook het wonder van de liefde, van het tot elkaar komen van twee mensen. Irene trekt Ernst uit de wanhopige diepten en ondergaat daarbij zelf ook een zekere loutering.

 

 

27 februari 2017   David Bezmozgis, De vrije wereld

 

In De vrije wereld schrijft David Bezmozgis het tragikomische verhaal van de drie generaties Krasnanski die in de zomer van 1978 de Sovjet-Unie verlaten op weg naar het beloofde land, in hun geval Canada. Besmozgis, geboren in 1973 in Riga, emigreert zelf in 1980 met zijn ouders naar Canada. 

 

Samuel Krasnanski is zijn hele leven al volgzaam. Zoals zo veel Joden uit het Oostblok, hebben zijn opofferingen tijdens beide wereldoorlogen, zijn vroege en overtuigde keuze voor het communisme en zijn inzet als directeur van een typische Sovjetfabriek niet tot acceptatie geleid. Voor zijn vrouw en kinderen lokt de vrije wereld en hij volgt. Ze blijven steken in Rome, waar ze in afwachting van hun visa een nieuw leven proberen op te bouwen. Bezmozgis schrijft vlijmscherpe dialogen, waarin de lach en de traan elkaar dicht naderen. Vooral de karakters van Samuel en Alec komen daardoor uitstekend uit de verf. De treurnis die Samuels leven bepaalt, wekt onvermijdelijk irritatie op bij zijn reisgenoten. Zijn nostalgie en verbittering zijn volkomen inzichtelijk door de vele terugblikken op tragische momenten uit zijn leven. Zijn mopperen is meer dan een generatiekloof. 

 

Alecs nonchalance zorgt voor de komische noot en de afwisselend kolderieke en trieste gebeurtenissen die duidelijk maken dat het leven nu is en niet in de plannen die je maakt. Dat ‘nu’, het Rome van eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, wordt overigens magistraal geschetst. De vrije wereld is een meeslepende roman die vooral uitmunt in de kracht en de zuiverheid van de kleinste details.

 

Tien jaar later is de thematiek nog even actueel. Het is het universele verhaal van mensen die wachten op een verblijfsvergunning. De verschillende motivaties om te vluchten en verwachtingen over de beter leven in een onbekend land.

 

 

27 maart 2017   Amos Oz, Judas

 

Amos Oz is op 4 mei 1939 geboren als Amos Klausner in Jeruzalem en heeft zich een grote reputatie verworven als schrijver. In 2005 kreeg hij de prestigieuze Goethe-prijs voor literatuur die eens in de drie jaar wordt toegekend. Hij wordt regelmatig genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs voor de literatuur. Zijn oeuvre is omvangrijk en omvat romans, korte verhalen en kinderboeken. Daarnaast verschenen er van zijn hand meer dan 400 artikelen en essays over de Hebreeuwse literatuur alsook over de situatie(s) in het Midden-Oosten. Hij is een ferm voorstander van een twee-statenoplossing voor het conflict tussen Israël en Palestina en is fel gekant tegen het religieus geïnspireerd zionisme en religieus fanatisme in het algemeen.

 

De nieuwste roman Judas speelt zich af in de winter van 1959/1960 in Jeruzalem. De hoofdpersoon Sjmoeël Asj is een astmatische, sociaal kwetsbare student met een wilde baard die geneigd is aan veel te beginnen en weinig te voltooien. Een ongelukkige samenloop van omstandigheden doet hem besluiten met zijn studie te stoppen, ondanks het feit dat hij al redelijk op weg is met een scriptie over de Judas met de stelling dat hij niet de verrader was waarvoor men hem houdt. Eigenlijk wil Sjmoeël weg uit Israël. Toevallig stuit hij op een advertentie waarin voor een oude invalide man, Gersjom Wald, een dagelijkse gesprekspartner gevraagd wordt. Een paar uur per dag, ‘s avonds, moet hij proberen zoveel mogelijk met hem van mening te verschillen. Kost en inwoning zijn deel van het arbeidscontract. Menig student ging hem al voor. Sjmoeël accepteert de baan en krijgt een kleine kamer boven de keuken. Zijn scriptiewerk neemt hij mee. Het contact met zijn ouders en zus zet hij op een zeer laag pitje, de eerste van de vele vormen die het verraad in dit boek. Een rijke en complexe Bildungsroman over drie generaties Israëliërs die worstelen met zichzelf en hun onmogelijke land.




Cursusleiding: Erica Plomp – den Uijl, Makkinga
Locatie: Karmelklooster, Burg. Wuiteweg 162, Drachten

Bij voldoende deelname kan gekozen worden tussen:
C1 : 13.30 - 15.30 uur
C2 : 16.00 - 18.00 uur

(U dient zich voor 1 december 2016 aan te melden!)

​© 2019-2020 | fries leerhuis | Olterterperkring