Cursus D2

 

‘Inspirerende levensverhalen in beeldende kunst, literatuur en muziek’

 

Bij de opening van een tentoonstelling over Charlotte Salomon in Berlijn sprak Judith Belinfante de openingsrede. Zij ging daarbij onder andere in op het feit dat het Joods Historisch Museum (JHM) beheerder is van haar werk. Zij zei toen: ‘De directeur van het Stedelijk Museum raadde de vader en stiefmoeder van Charlotte aan de verzameling over te maken aan het JHM, omdat naar zijn mening Charlottes ervaringen in de tijd van het nationaal socialisme haar werk tot een joods werk maakten. Wel, daarin mag hij gelijk hebben, als hij daarin een typisch joodse levenswijze ziet: niet zozeer in haar besef van vervolging, maar meer in haar sterke en onbedwingbare wil om te overleven’. 

 

Op vier woensdagochtenden proberen we dan ook de onderstaande kunstenaars niet alleen te bezien vanuit de ervaringen van de Holo- caust, maar hun werk ook te plaatsen in het bredere verband van literatuur, geestelijk klimaat en de persoonlijke verwerking daarvan. Daarbij komt voortdurend de vraag aan de orde hoezeer hun levenshouding ons kan inspireren. Want ‘verhalen moet je zo vertellen, dat je er ook zelf in mee gaat doen’, zoals een chassidische wijsheid zegt.

 

De kern van de serie wordt gevormd door werk en biografie van Felix Nussbaum. Aan hem besteden we twee ochtenden. Van 1935-1944 woonde en werkte Nussbaum in Oostende en Brussel en daar was het werk van James Ensor haast alom tegenwoordig. Ensor speelde ook een belangrijke rol bij het verkrijgen van een visum voor Nussbaum. We beginnen de serie daarom met een ochtend over Ensor. We ronden de kleine serie af met een ochtend over Charlotte Salomon, die juist vanuit onze vraagstelling een geheel eigen invulling geeft aan het thema ‘overleven’. 

 

 

1. James Ensor (1860 – 1949)

Geboren, getogen en overleden in Oostende is James Ensor en zijn kunst intens verbonden met deze stad aan de Belgische kust. Vanuit die omstandigheid spelen in zijn vroege werk landschappen, duinen, zee een centrale rol. In zijn werk spelen maskers een centrale rol en onthullen zijn visie op mens en samenleving. Veel van zijn werk is eveneens geïnspireerd op kerk en religie. Zijn meesterwerk is ‘De intocht van Christus in Brussel’ en laat een onuitwisbare indruk achter. Zijn huis in Oostende is, ook in de tijd dat Nussbaum daar woonde, één van de attracties van de stad door de persoon van Ensor, maar ook door de extravagante inrichting. De confrontatie van zijn werk met dat van Nussbaum laat zien dat ze totaal andere persoonlijkheden waren vanuit psychologisch en artistiek oogpunt.

 

2. Felix Nussbaum (1904 – 1944)

Op deze eerste van twee ochtenden over Felix Nussbaum verdiepen we ons in zijn biografie vanuit de vraag naar de of onze visie op de plaats van de kunst en de kunstenaar in een complexe samenleving. Het boek ‘Orgelman’ met als ondertitel ‘Felix Nussbaum, een schildersleven’ van de schrijver Mark Schaevers kan goede diensten bewijzen (uitgeverij De Bezige Bij, 2015 - bekroond met ‘De gouden boekenuil’ 2015). Al lezend kijken we daarbij natuurlijk ook naar diverse werken van Nussbaum. Hierbij is onder andere te denken aan Lagersynagoge, St. Cyprien, De Verdoemden, De beide Joden - interieur van de synagoge in Osnabrück e.v.a.

 

3. Felix Nussbaum (1904 – 1944)

De tweede ochtend over Nussbamum concentreren we ons onder
andere op het schilderij ‘Triomf van de dood’. Dit thema proberen we te plaatsen in de bredere context van ‘de dodendans’ als oud thema in de beeldende kunst, liturgie en muziek. Bovendien luisteren naar fragmenten van ‘Der Totentanz’ van Hugo Distler. Dit muziekstuk is in 2010 uitgevoerd in een Friese vertaling. In dit muziekstuk hoor je dat zowel de keizer, de bisschop, de boer, de arts, het kind en anderen voor de Dood moeten verschijnen. Je hoort dat ieder hierin gelijkwaardig is. Allen moeten zich verantwoorden. Het kind echter niet en met de kluizenaar komt het goed...

4. Charlotte Salomon (1917 – 1943)

De derde persoon in deze korte serie aan wie we aandacht schenken is Charlotte Salomon. Zij werd geboren in Berlijn. Haar vader was arts en toen ze acht jaar was pleegde haar moeder zelfmoord. Na enkele jaren hertrouwt haar vader met Paula Lindberg, een gevierde operazangeres. In het begin van de jaren veertig verhuist Charlotte naar Zuid-Frankrijk en neemt nog later haar intrek in een pension in St. Jean Cap Ferrat. In september 1943 wordt ze via Nice naar Drancy gebracht en later naar Auschwitz gedeporteerd, waar ze korte tijd later wordt vermoord.

 

Het verhaal van Charlotte lijkt zo op het eerste gezicht parallel te lopen met dat van vele jonge Joodse meisjes en vrouwen uit die oorlogsjaren. Maar het bijzondere is, dat Charlotte in Frankrijk besluit om haar levensverhaal in beeld te brengen, via tekst, verbeelding en muziek. Ze noemt het zelf een theaterstuk en geeft het de titel mee: ‘Leben oder Theater?’ In die uitbeelding, die in totaal bijna 1000 gouaches omvat, probeert ze haar leven in alle hoogte- en dieptepunten onder ogen te komen en zo te verwerken. Zoals ze zelf ergens schrijft: ‘Dat ik het leven liefheb en er driewerf ja tegen zeg. Om het leven in zijn geheel lief te hebben, daarvoor moet men ook de tegenkant ervan, de dood, omhelzen en begrijpen.’ Het thema van leven en dood, liefde en dood komt in vele van haar teksten en in enkele van haar tekeningen expliciet naar voren. Ook inhoudelijk naar aanleiding van liederen van Schubert rond het thema van ‘Het meisje en de dood’. Naast muziek en beeld gebruiken we wellicht ook fragmenten uit de documentaire van Franz Weisz over het leven van Charlotte.

 

Cursusleiding: dr. Jan Henk Hamoe

Locatie: De Buorskip, Beetsterzwaag

Data: woensdag 18 januari, 1 en 15 februari, 1 maart 2017

Tijd: 10.00 – 12.00 uur

​© 2019-2020 | fries leerhuis | Olterterperkring