Cursus D1

 

‘De Vreemde Stem in de andere taal’

Franz Rosenzweig en Martin Buber vertaalden de Hebreeuwse bijbel in het Duits met daarbij oog voor de joodse traditie en het eigene van het Hebreeuws. Vertalen was voor hen zowel een talige als een culturele en politieke onderneming. Hun ‘Verduitsing’ van de Schrift moest zowel de Duitse taal als het Duitse Jodendom veranderen. Zij wilden daarin voluit Jood en helemaal Duits zijn.

 

Voor Buber gebeurt het beslissende in een mensenleven in de ontmoeting, waarin de ander een vreemde blijft, een tegenover, die toch zo dichtbij kan zijn dat hij of zij voorgoed verandert. Zo gebeurt ook de ‘talige’ ontmoeting met de Eeuwige. 

 

In 1924 schreef Rosenzweig: “De taak van de vertaler is niet om de kloof te dichten tussen de talen, zodat deze wordt gedicht, en, zeg maar, dichtgesmeerd. Het gaat er integendeel om de afstand open te houden, en er zelfs uitdrukkelijk op te wijzen. Het Duits moet vreemd klinken, om zo de vreemde stem van de andere taal hoorbaar te maken. Als die ‘vreemde stem’ ook maar iets te betekenen heeft, dan moet deze de taal waarin wordt vertaald, veranderen.”

 

In deze cursus vragen wij ons af op welke wijze Rosenzweig en Buber onze kijk op de bijbel/omgang met het boek hebben beïnvloed. Een combinatie van Rosenzweig, Buber en bijbellezen. Boeiend als je op een rijtje zet wat er door hun wijze van vertalen allemaal in gang gezet is.

Cursusleiding: ds. Alex van Ligten en ds. Adri Sevenster

 

Locatie: De Buorskip, Beetsterzwaag

 

Data: woensdag: 10 oktober, 7 november, 21 november, 5 december 2018

Tijd: 10.00 – 12.00 uur 

​© 2019-2020 | fries leerhuis | Olterterperkring