Cursus D2

 

Het geloof als niet-weten, 

een pelgrimstocht door open veld 

 

Geloof is voortdurend in beweging, daarin is onze tijd geen uitzondering. In die golfbeweging meen ik de laatste decennia met name iets te ontdekken van het besef, dat God en het geloof in God niet zo makkelijk verkrijgbaar is. Het woordje ‘hebben’ (van geloof, overtuigingen, ervaringen, beelden van God) wordt in dit verband steeds meer losgelaten en vervangen door woorden die laten zien dat geloof een zoektocht is, een pelgrimage. Waarbij de grenzen tussen geloof en ongeloof steeds verder worden losgelaten. 

 

In 2014 verscheen een bundel artikelen onder redactie van Jan Offringa onder de titel ‘God is niet te vangen. Onorthodoxe gesprekken over veranderend geloof’ (Skandalon, 2014). In de titel zit al een verschuiving in het geloof van de essayisten verborgen: de woorden en begrippen ‘geloof’ en ‘God’ raken hun absolute en vaststaande inhoud kwijt en mensen zoeken naar een nieuwe invulling ervan. Enkele jaren eerder verscheen van de hand van Jan Oegema een uitgave onder de titel ‘De stille stem’ (Vesuvius, 2011, zesde druk 2017). De ondertitel van dit boek is wellicht nog veelzeggender: ‘Niet-weten als levenshouding’. Hij noemt het zelf ‘een essay over openheid’. In deze uitgave legt Oegema zelf al de relatie met mystici uit een ver verleden, onder andere Meister Eckhart, maar ziet ook verbanden met hedendaagse schrijvers en denkers als de Hongaarse Imre Kertész en de Joodse Abel Herzberg. De Tsjechische theoloog, priester en filosoof Tomás Halík schreef een intrigerend boek over de twijfelende en zoekende Zacheüs, die liever van een afstand toekijkt dan dat hij enthousiast meedoet. Dat beeld gebruikt hij om een nieuwe verhouding uit te werken tussen gelovigen en niet-gelovigen (Tomás Halík, Geduld met God, Boekencentrum 2014). Verrassend is dat je hierbij niet alleen hoeft te denken aan moderne theologen en filosofen, maar ook aan de beroemde middeleeuwse tekst van een onbekende schrijver uit de veertiende eeuw over ‘de wolk van niet-weten’. 

Mijn achterliggende vraag is: wat bedoelen we (of: wat bedoelen de schrijvers) als ze het hebben over het niet-weten als levens- of geloofshouding? In hoeverre zijn we terecht gekomen in een totaal nieuwe en andere visie op geloof? En (vanuit mijn eigen gezichtspunt): in hoeverre zijn die ontwikkelingen ook te ontdekken in de (moderne) kunst? Ik denk bij dat laatste aan bijvoorbeeld Arnulf Rainer of aan Mark Rothko, die op geheel eigen wijze deze niet-dogmatische geloofshouding verbeelden.

 

In vier ochtenden zullen we op diverse manieren deze aspecten met elkaar bespreken, waarbij de verbeelding in de kunst ons hopelijk verder op weg zal helpen. De cursus zal dan ook bestaan uit de volgende opzet:

 

1. De eerste ochtend lezen en kijken we vooral naar de ontwikkelingen in die beroemde én beruchte 14e eeuw. Europa werd geteisterd door de verschrikkingen van de pest, de honderdjarige oorlog tussen Frankrijk en Engeland en de pauselijke ballingschap. De mystiek van Meister Eckhart, Jan van Ruusbroeck en de opkomst van de Moderne Devotie vonden niet plaats in een tijd van rust en vrede ! Het is ook in deze tijd dat de schrijver van ‘De wolk van niet-weten’ leefde.

 

2. Vanmorgen staan twee beelden centraal. Het eerste is de wolk: in de bijbelse traditie en de verbeelding daarvan uitdrukking van Gods aanwezigheid én verborgenheid. Het centrale beeld binnen de christelijke traditie is daarnaast het kruis. Tenminste: zo is het zichtbaar op vele kerken en in vele kerkzalen en in particuliere huizen. De ontwikkeling van de beeldtaal van het kruis heeft daarin een enorme ontwikkeling meegemaakt: van martelwerktuig via devotionele aanbidding als beeld van het verzoenend lijden van Christus naar de moderne verbeelding van waanzin en haat in menselijke verhoudingen (Arnulf Rainer). Een bijzondere illustratie van de meervoudigheid van een enkel iconisch beeld.

 

3. Tomás Halík schets het niet-weten van het geloof als een brug tussen geloof en scepsis, tussen gelovigen en buitenstaanders. Jan Oegema ziet in de levenshouding van niet-weten een kans op openheid en ontvankelijkheid, voorbij vastgelegde schema’s en dogmatische overtuigingen. Daarmee wordt het thema van het niet-weten een kans om in onze geseculariseerde cultuur elkaar te zoeken en heel dicht bij elkaars vragen te komen. Wij gaan op zoek naar ‘de kunst van de scepsis’.

 

4. August Henkels omschreef bij de opening van een tentoonstelling in 1958 het wezen van de kunst als volgt: “Kunst alleen is niet genoeg, om de vrede gaat het”. Daarmee kreeg de kunst, naast religie, een profetisch en geëngageerd karakter. Over die positie van de kunstenaar heeft Maarten den Dulk geschreven in zijn boek ‘Vijf kansen’. Geldt dat als een absoluut principe? Vanuit onze optiek van veranderend geloof kijken we naar een aantal moderne kunstenaars, zoals Markus Rotkovics (geboren in1903 geboren in het Letse Dvinsk in het gezin van een Joodse apotheker; later meer bekend onder de naam Mark Rothko), de Franse kunstenaar Yves Klein (1928-1962) en De Catalaanse Joan Miró (1893-1983). Vanuit onze ontdekkingen op de drie eerste ochtenden gaan we naar hun werk kijken en proberen te ontdekken waar hun spirituele bronnen liggen en in hoeverre we bij hen nog van religieuze kunst kunnen spreken. “Een kunstenaar kan vandaag alleen nog maar zwijgen”, zo zei Rothko eens. Een ultieme vorm van ‘niet weten’?

Cursusleiding: dr. Jan Henk Hamoen

 

Locatie: De Buorskip, Beetsterzwaag

 

Data: woensdag: 30 januari, 13 februari, 27 februari, 13 maart 2019

 

Tijd: 10.00 – 12.00 uur

(Graag aanmelden voor 1 december 2018)

​© 2019-2020 | fries leerhuis | Olterterperkring