Seizoen 2014 - 2015

Gezamenlijke openingsavond

 

‘Paulus, in het oog van de storm’

 

 

Alle bijeenkomsten van cursus A en B worden op maandagavondgehouden in De Buorskip te Beetsterzwaag. Tijd: 20.00 – 22.00 uur.

 

 

29 september 2014   Gezamenlijke openingsavond

 

 

In de muzikale theatervoorstelling ‘Paulus, in het oog van de storm’ presenteren Kees Posthumus en Juul Beerda de apostel Paulus als de apostel van de vrijheid. Vanaf het moment dat hij het licht heeft gezien en een stem heeft gehoord, zal Paulus gepassioneerd en onvermoeibaar vrijheid voor ieder mens verkondigen. In een decor van fok- en grootzeilen en op de klanken van een accordeon onderzoekt Paulus de mogelijkheden en grenzen van deze grootse, bijna niet te vatten vrijheid.

 

Hij reist. Hij schrijft. Hij preekt. Hij is de grootste reiziger uit zijn tijd. Hij schrijft brieven diewereldberoemd zouden worden. Hij preekt voor Joden en heidenen, met wisselend succes, zijn boodschap van bevrijding. Hij heet Paulus, zonder hem geen christendom.

 

Cursus A

 

‘Wonen in het verhaal van Jezus’

 

 

Wat gebeurt er met de Torah in het verhaal van Jezus? Hoe licht Tenach op in wat de evangelisten over Hem vertellen? Op welke wijze is het verhaal van Jezus door de geschiedenis heen naar ons toegekomen?

 

 

6 oktober 2014   ‘Messias-verwachting’

 

Prof. dr. Cees J. den Heyer, emeritus hoogleraar Nieuwe Testament aande Theologische Universiteit Kampen.

 

Het woord messias is afgeleid van een Hebreeuwse term die in bijbelvertalingen wordt weergegeven met ‘de gezalfde van de Heer’. Meestal wordt het begrip in verband gebracht met een koning uit de dynastie van David. Na het verdwijnen van dit koningshuis krijgt de messias een eschatologische betekenis: hij zal in de nabije toekomst verschijnen, de vijanden overwinnen en periode van sjaloom inluiden. In de christelijke traditie krijgt de Messias (= Christus) een nieuwe betekenis en wordt in de eerste plaats verbonden met het lijden en sterven aan het kruis en vervolgens – met name dankzij het evangelie van Johannes – wordt hij vereenzelvigd met de aanduiding Zoon van God. Met als gevolg dat er een diepe kloof is ontstaan tussen Jodendom en Christendom. We gebruiken hetzelfde woord, maar bedoelen iets geheel anders.

 

 

3 november 2014  ‘De Bergrede: sleutel voorde Joodse Schrift’

 

Prof. dr. Maarten den Dulk, emeritus hoogleraar praktische theologie aande Universiteit van Leiden.

 

We proberen de Bergrede te verstaan als de sleutel tot de Joodse Schrift. Ze biedt een samenvatting van Thora, Profeten en Geschriften. Die samenvatting is nodig voor de leerlingen die niet van Joodse huize zijn. Die moeten een leeswijzer krijgen om de weg te kunnen vinden in al die boeken. De vragen die in de Bergrede worden beantwoord, zijn dus: 1. Wat wil Mozes met zijn Onderwijs? 2. Welk punt maken de Profeten, zoals Amos en Jesaja? En 3. Welke levenswijsheid bieden de overige Geschriften, zoals de Psalmen en Prediker? De Bergrede is Tenach voor Dummies. Maar in zo’n samenvatting gebeurt uiteraard wel iets met die Joodse Schrift. Ze wordt uitgelegd op de manier waarop men dat doet in de school van Jezus Messias. Is dat nog herkenbaar voor de Jood? en is het wel genoeg voor de ‘Griek’ en andere wereldburgers?

 

 

1 december 2014   ‘Een nieuw verbond’

 

Ds. Jaap Goorhuis, emeritus predikant van de Protestantse Kerk.

 

Het woord ‘Verbond’ is een centraal begrip, zowel in het Eerste als in het Tweede Testament. In het Tweede komt het voor en speelt het een rol bij zogenoemde avondmaalsteksten. Daar is sprake van een (nieuw?) verbond dat Jezus sluit met zijn leerlingen, wanneer hij het Pascha viert op de avond voor zijn dood. Is hier sprake van een nieuw verbond, zoals Lucas het zegt? Wat is er dan nieuw? Waarom spreken de andere evangelisten alleen over verbond? En wat gebeurt er daar rondom die tafel. Is hier sprake van offer en verzoening? En hoe verhoudt zich dat tot het spreken daarover in Tenach? Deze en andere vragen komen aan de orde op deze avond.

 

 

12 januari 2015   ‘Beelden van Jezus in de liedcultuur’

 

Chris Fictoor, componist, dirigent, muziekpedagoog en kerkmusicus.

 

In deze lezing verdiepen we ons in de wijze waarop beelden van Jezus worden verwoord en uitgezongen. We kiezen voor eigentijdse Nederlandstalige liturgische gezangen. Daarbij staat de nauwe verbinding tussen tekst en muziek centraal. Hoe werkt een componist vanuit de gegeven tekst aan zijn lied? Hoe interpreteert hij, vanuit zijn visie op Jezus en Zijn leven, de tekst; en welke muzikale middelen zet hij daarbij in? We vergelijken heel verschillende stijlen van tekst en muziek en verkennen tevens de liturgische functionaliteit, op basis waarvan tekstdichter en componist hun keuzes maken.

 

De klassieke composities van Chris Fictoor zijn in diverse landen uitgevoerd en zijn liturgische liederen worden in Nederland, vooral in oecumenische kringen, veel gezongen. Hij dirigeerde vooral oratoria en kerkmuziek. In het Hoger Onderwijs was hij onder meer werkzaam als conservatorium hoofddocent en als directeur/dean van het Prins Claus Conservatorium Groningen en als vicepresident van de Europese Associatie van Conservatoria.

 

 

9 februari 2015  ‘De theologie van het kruis in Oude en Nieuwe Testament’

 

Ds. Joop Zuur, theoloog te Rijswijk Z.H.

 

De theologie van het kruis (theologia crucis) is volgens de theoloogO. Noordmans, diep verworteld in het Oude Testament. Juist de verborgenheid en de afwezigheid van God is een sterk thema dat laat zien hoe menselijk lijden in al zijn facetten in het licht wordt gezet van de belofte dat de weg van Israëls God gaat in de richting van toekomst en vrede, heerlijkheid en gerechtigheid voor Israël en de volken.

 

De diepste verworteling van de theologie van het kruis in het Oude Testament is de openbaring van de Godsnaam: Ex.3:14. Daar wordt het nabij zijn van JHWH verbonden met wat Hij doet: zien, horen, afdalen om te verlossen. Het verband met het Nieuwe Testament zien we o.a. in het Johannesevangelie in de ‘Ik ben’-woorden van Jezus.

 

 

9 maart 2015  ‘Beelden van Jezus in de Oosterse Orthodoxie’

 

Prof. dr. Heleen Zorgdrager, hoogleraar Systematische Theologie en Genderstudies aan de Protestantse Theologische Universiteit en sinds 2005 gastdocent aan het Institute of Ecumenical Studies aan de Oekraïense Katholieke Universiteit in Lviv.

 

Als je jarenlang les gegeven hebt over protestantisme aan oosters-orthodoxe studenten in een Oost-Europees land dan zijn er bepaalde dingen waar je op voorbereid bent. Zo is het belangrijk te benadrukken dat protestantse kerken geen ‘sekten’ zijn, maar dat ze net als die andere kerken teruggaan op de vroegste kerk en haar geloofsbelijdenis. In zijn boek ‘Een open venster op de orthodoxe kerk’ beschrijft de aartspriester in de Belgische Orthodoxe kerk, Ignace Pekstadt, de grondbeginselen van de Orthodoxe Traditie. Een kernpunt hierin is de betekenis van de spiritualiteit die gericht is op het mysterie van de ontmoeting van de vrijheid van God en de vrijheid van de mens. Welke betekenis heeft dit voor de bezinning op de herbronning in protestantse kringen?

 

 

23 maart 2015   Gezamenlijke slotavond

Cursus B

 

‘De brief van Paulus aan de Romeinen’

 

 

In deze cursus wordt de brief van Paulus aan de Romeinen besproken. De brief die, volgens prof. dr. Maarten den Dulk, voorop gezet is in de canon, die Luther en Barth geholpen heeft met hun doorbraak en die tegenwoordig weer door filosofen als Badiou in het zonnetje wordt gezet.

Locatie:   Alle bijeenkomsten van cursus A vinden plaats op de maandagavond in De Buorskip, Vlaslaan 26 te Beetsterzwaag. 

Tijd:   20.00 – 22.00 uur

Kosten:  € 55,00

 

 

20 oktober 2014 (aanvangstijd: 19.30 uur!)  ‘Aan allen die in Rome zijn’

 

Drs. Alex van Heusden, bijbelwetenschapper en studiesecretaris van de Stichting Leerhuis en
Liturgie in Amsterdam

 

De langste, bewaard gebleven brief van Sja’oel/Paulus is die aan deRomeinen. En in tegenstelling tot zijn andere brieven is die niet geadresseerd aan de ekklesia van Rome, maar ‘aan allen die in Rome zijn’. Dan rijst de vraag: tot wie richt Paulus zich in deze brief? Toch enkel tot de mensen van de ekklesia, volgelingen van Jezus, Joden én gojiem? Of ook tot anderen? Wie zijn die anderen en waarom worden ook zij aangesproken? En wat zijn de consequenties voor ons verstaan van de Romeinenbrief? Om één antwoord te geven: de Romeinenbrief is geen theologisch tractaat zonder context, maar een schrijven dat ingaat op de zeer gespannen situatie in Rome tussen Joden onderling, binnen en buiten de ekklesia, en tussen Joden en gojiem in de ekklesia.

 

 

17 november 2014  ‘Paulus in zijn Hellenistisch-Romeinse context’

 

Drs. Martin Heikoop studeerde geschiedenis en theologie en is predikant van de
Hervormde gemeente te Rijswijk (N.Br.)

 

Sinds het onderzoek van o.a. Sanders en Dunn is er meer aandacht gekomen voor de Hellenistisch-Romeinse achtergrond van Paulus.De Hellenistische achtergrond wordt nu minder gezien als een achtergrond naast de Joodse achtergrond, maar er is meer oog voor gekomen hoezeer in het Jodendom in de eerste eeuw Grieks-Hellenistische en Joodse tradities versmolten zijn. Waar zien wij hiervan sporen in de Romeinenbrief?

 

 

15 december 2014  ‘Het missionaire netwerk van Paulus en zijn medewerkers; extra aandacht voor de vrouwen in de vroegchristelijke beweging. (Romeinen 16)

 

Prof. dr. Annette Merz, per 1 september 2014 benoemd tot hoogleraar Nieuwe Testament aan de
Protestantse Theologische Faculteit.

 

Het laatste hoofdstuk van de brief aan de Romeinen bevat bijna uitsluitend namen en groetopdrachten, vaak verbonden met een paar persoonlijke woorden van Paulus, die zijn relatie met de betreffende persoon omschrijven. Op het eerste gezicht mag de lijst saai lijken, maar Romeinen 16 blijkt bij nader inzien de tekst bij uitstek te zijn, waaruit we belangrijke en boeiende informatie over het netwerk van medewerkers rond de apostel Paulus kunnen ervaren. Ook over de sociale samenstelling van een paulinische gemeente valt veel te concluderen uit dit hoofdstuk. De drie meest belangrijke vrouwelijke medewerkers van Paulus komen in beeld: Febe, die zijn beschermster/patrones was in Kenchrea, zijn langjarige medewerkster Prisca, en Junia, die hij als beroemde apostel prijst.

 

 

19 januari 2015   ‘De gojim en Israël’

 

Prof. dr. Simon Schoon, emeritus predikant PKN en emeritus hoogleraar verhouding jodendom–christendom.

 

De hoofdstukken Romeinen 9 t/m 11 van Paulus worden vaak geciteerd als een soort blauwdruk voor de verhouding tussen de kerk en het Joodse volk. Maar wat staat er eigenlijk? Jazeker, dat de Joden ‘geliefden om der vaderen wil’ blijven. Maar Paulus noemt hen ook ‘ongehoorzaam’ aan het evangelie.

En hoopt dat zij door de Jezus-gelovigen ‘tot jaloersheid verwekt’ zullen worden. Kan dat nog de leidraad zijn voor onze verhouding tot het Joodse volk? Hoe lezen wij deze hoofdstukken? Wat is actueel voor ons en wat is tijdgebonden? Zie ook in de leeswijzer een schets in 9 punten over de scheiding der wegen tussen ‘de kerk’ en ‘het Joodse volk’ in de eerste eeuwen.

 

 

23 februari 2015   ‘Omgang met de heersende macht’

 

Dr. Dick Boer, oud-docent geschiedenis van de theologie in de 19e en 20e eeuw aan de Universiteit van Amsterdam; van 1984-1990 predikant van de Nederlandse Oecumenische Gemeente in de DDR.

 

Romeinen 13 (1-6) is in de kerkgeschiedenis bekend (volgens sommigen: berucht) geworden als de leer over de verhouding van de christen tot de staat: een onderdaan die had te gehoorzamen (aldus Luther). Hoe valt dat te rijmen met de ‘vrijheid van een christenmens’ (aldus dezelfde Luther)? Volgens Karl Barth en Kleijs Kroon is Romeinen 13: 1-6 uit zijn verband gerukt. Het gaat om de eigen praktijk van de Messiaanse gemeente: het kwaad door het goede te overwinnen (12: 21), aan niemand iets schuldig te zijn, behalve de solidariteit met elkaar (13: 8).

 

 

16 maart 2015  ‘Messiaanse gemeenschap’(Romeinenbrief 14 : 1 – 15 : 13)

 

Dr. Wout van der Spek, emeritus predikant van de Protestantse Kerk

 

Paulus: muggenzifter, dogmaticus, vrouwenhater, drammer, heeft het licht gezien, apostel van de vrijheid. Doorhalen wat niet verlangd wordt. Wat mij betreft zou doorgehaald moeten: dogmaticus en vrouwenhater. Dat zijn kwalificaties die m.i. berusten op een misverstand. De rest moet blijven staan. Ik heet u welkom bij de lezing over de Romeinenbrief, te beginnen bij hoofdstuk 14, want daar formuleert Paulus het doel van zijn brief.

 

 

23 maart 2015   Gezamenlijke slotavond

Cursus C

 

‘Joodse literatuur’

 

 

Deze cursus richt zich op het gesprek met de deelnemers over een boek uit de hedendaagse Joodse literatuur. Dit seizoen worden de volgende boeken besproken:

 

 

5 januari 2015   Nir Baram, Goede mensen

 

Hoe zou je reageren als je in een dictatuur was opgegroeid? Baram (1976) maakte de vraag tot inzet van zijn alom geprezen vierde roman. Baram is niet geïnteresseerd in machthebbers, noch in de vijf procent verzetshelden van de dictatuur. Liever onderzoekt hij hoe gewone mensen totalitaire systemen helpen in stand te houden, onder meer vanuit verkeerd begrepen ambitie. De roman opent met de gruwel van de Kristallnacht in 1938 en eindigt in 1941 met de Duitse inval in de Sovjet-Unie. Goed en kwaad zijn op een ingewikkelde manier met elkaar verweven en de vraag blijft of ze wel te scheiden zijn.

 

 

2 februari 2015  Edmund de Waal, De haas met de amberkleurige ogen

 

De Waal (1964) is beter bekend als kunstenaar. Kleine figuren van ivoor, hout en steen zijn sinds het begin van de 19e eeuw in het bezit van zijn familie. De reis, die deze netsukes met de familie maken, wordt verbonden met beschouwingen over kunst, de Eerste Wereldoorlog en het leven in de high society. Het boek begint rond 1860 en volgt dan het Fin de Siècle, de Eerste Wereldoorlog, de crisis, de opkomst van het fascisme, de Jodenvervolging, de Tweede Wereldoorlog en alles tussen deze wereldgebeurtenissen in. Al lezend word je uitgedaagd opnieuw naar schilderijen te kijken of Freud te gaan herlezen.

 

 

2 maart 2015   Edgar Hilsenrath, De nazi en de kapper

 

Humoristisch en in een soepele stijl beschrijft Hilsenrath hoe Schulz, zoon van een Arische straatmadelief, opgroeit met zijn joodse schoolvriend Itzig Finkelstein en bij diens vader het kappersvak leert. In 1933 wordt Max lid van de SA en later de SS. Tijdens de oorlogsjaren is hij in het vernietigingskamp Laubwalde verantwoordelijk voor de dood van ontelbare mensen. Na de oorlog neemt Schulz de identiteit van een van zijn slachtoffers aan: zijn vroegere vriend Itzig Finkelstein. In Tel Aviv neemt hij een kapsalon over. Maar zijn geweten begint te spreken en laat hem niet los. Kan hij kwijt wat hem moreel belast?

 

 

30 maart 2015   Zeruya Shalev, Het hart van de familie

 

Zeruya Shalev is geboren in een kibboets in Israël en verhuist later naar Jeruzalem. Ze studeerde Bijbelwetenschappen en werkt als literair redacteur. In het boek vind je veel autobiografische elementen. Shalev zet haar personages in al hun kwetsbaarheid en afstotelijkheid neer en laat de lezer daarbij alle zintuigen gebruiken.
De relatie tussen Chemda en dochter Dina is koel en vijandig. Zoon Avner is haar lieveling. Echtgenoot Elik is jong gestorven, toen ze net verhuisd waren uit de kibboets naar een flatje in Jeruzalem. Beide hoofdpersonen zijn op zoek naar zichzelf, naar liefde en aandacht.
Met haar lange zinnen en citaten neemt Shalev je mee in een cadans die je steeds beter laat begrijpen hoe de verhoudingen in dit gezin liggen. Het  boek is een oprechte zoektocht naar ware gevende liefde.

 

Inleider: Erica Plomp – den Uijl, Makkinga

Plaats: Karmelklooster, Burg. Wuiteweg 162, Drachten

 

Er zijn twee groepen:

C1 (13.30 – 15.30u) is volgeboekt;

Bij C2 (16.00-18.00u) is nog voldoende ruimte.

Cursus D1

 

‘Dietrich Bonhoeffer, Verzet en overgave’

 

 

Nadat we een aantal seizoenen de Ethiek van Bonhoeffer hebbenbestudeerd, willen we ons dit najaar buigen over de belangrijkste brieven uit Verzet en overgave. De verschijning van Widerstand und Ergebung in 1951 betekende de grote doorbraak van de theologie van Dietrich Bonhoeffer. De twee jaar eerder verschenen Ethik (eveneens uitgegeven door Eberhard Bethge) had in eerste instantie weinig opzien gebaard, maar dit boek met brieven en aantekeningen uit de gevangenis van Tegel betekende niet minder dan een revolutie in de theologie. “Spreken en handelen in een seculiere maatschappij ‘auch wenn es keinen Gott gäbe’, een niet religieuze interpretatie van bijbelse en theologische begrippen, zonder God met God leven, alleen de lijdende God kan helpen”, het zijn allemaal uitspraken, die nog nooit eerder waren gehoord en waarvan de strekking tot op de dag van vandaag niet helemaal door is gedrongen. De ‘God is dood-theologie’ theologie van de jaren zestig (van o.a. John A.T. Robinson, Harvey Cox, Richard Shaull en Gabriel Vahanian) ging ermee aan de haal maar miste de diepgang van Bonhoeffer, de grote Karl Barth zag er niet veel in, maar iemand als Dorothee Sölle werd er diep door geraakt en zwaar door beïnvloed. Hoe het ook zij, wie de uitspraken van Bonhoeffer serieus neemt, zal op zoek moeten naar een andere, nieuwe manier van theologie bedrijven. Met de uitvoering van wat ik het “project Bonhoeffer” pleeg te noemen is nog maar nauwelijks een begin gemaakt. Wat gaan we doen op vier ochtenden?

 

  1. We lezen, om met de deur in huis te vallen, de belangrijkste brief uit Verzet en overgave, die van 30 april 1944 (DBW 8, 402-409, ned. vert. 275-277) waarin hij na meer dan een jaar gezwegen te hebben over theologische thema’s spreekt over “wat hem voortdurend bezighoudt”. Hierin spreekt hij voor het eerst over een religieloos christendom en over het openbaringspositivisme van Karl Barth.

  2. De brief van 8 juni 1944 (DBW 8, 474-483, Ned. vert. 320-324), waarin Bonhoeffer spreekt over de werkhypothese ‘God’ en over de mondigheid van de mens.

  3. De brief van 16/18 juli 1944 (DBW 8, 526-538, Ned. vert. 356-362) over het lijden van God. God redt niet door zijn almacht maar door mee te lijden. In deze brief vinden we het beroemd geworden citaat: “alleen de lijdende God kan helpen”.

  4. Als bijlage bij de bief van 3 augustus 1944 stuurt Bonhoeffer aan Bethge een “Entwurf einer Arbeit”. Bonhoeffer schrijft, dat hij zijn nieuwe opvattingen zou willen samenvatten in een boekje van hooguit honderd pagina’s. In dit ontwerp schetst hij de indeling van dat boekje en wij gaan er over nadenken wat erin had kunnen staan.

 

Met DBW 8 wordt bedoeld de uitgave van Widerstand und Ergebung,zoals die is verschenen als achtste deel van de Dietrich Bonhoeffer Werke. Herausgegeben von Christian Gremmels, Eberhard Bethge und Renate Bethge in Zusammenarbeit mit Ilse Tödt, Chr. Kaiser Verlag, München 1998.

 

Met ‘Ned. vert. ‘wordt bedoeld de Nederlandse vertaling van Leo Lagendijk: Verzet en overgave, Uitgeverij Ten Have, Baarn 2003.

 

Inleider: Dr. Wilken Veen, predikant Leerhuis Tenach en Evangelie, Amsterdam

Plaats: De Buorskip, Beetsterzwaag

Data: 15 oktober, 12 november, 26 november, 10 december 2014

Tijd: 10.30 – 12. 30 uur

Cursus D2

 

‘De bijbel in de Ster’ (Franz Rosenzweig)

 

 

In het middelste deel van zijn grote werk, De Ster van de Verlossing, schrijft Franz Rosenzweig over schepping, openbaring en verlossing. Hij gebruikt aan het eind van elk van die drie delen bijbelgedeelte: bij de schepping is dat Genesis 1, bij de openbaring het Hooglied en bij de verlossing Psalm 113. Intrigerende stukken die hij zelf ‘grammaticale analyses’ noemde en die, zacht gezegd, nogal afwijken van onze gangbare bijbeluitleg en -interpretatie. Alle reden om deze gedeelten eens nader te bekijken.

Dat willen gaan we doen tijdens de vier bijeenkomsten in januari en februari 2015.

 

De eerste keer, 14 januari, reserveren we voor een inleiding over de Ster en de Eerste Wereldoorlog: voorafgaande aan 1914 waren de eerste aanzetten al gegeven, en toen de oorlog zo goed als voorbij was, kreeg het boek zijn definitieve vorm.

Over de bijbelse scharnierpunten van de Ster gaat het dan op:

28 januari: Genesis 1 – de oerwoorden;

11 februari: Hooglied – naastenliefde;

25 februari: Psalm 115 – ‘wij’.

 

Inleiders: Ds. Adri Sevenster, Haren en ds. Alex van Ligten, Sneek

Plaats: De Buorskip, Beetsterzwaag

Data: 14 januari, 28 januari, 11 februari, 25 februari 2015

Tijd: 10.00 – 12. 00 uur

Cursus D3

 

‘Apocalyptiek – de eeuwen door’ 

Het is een uitdrukking die je nogal eens tegenkomt als zich een dramatisch gebeuren heeft afgespeeld: ‘Het was haast apocalyptisch!’ De achterliggende gedachte is dan met name gericht op een sterk negatieve ervaring, die met deze krasse uitdrukking wordt weer gegeven. Films en boeken met een verwante titel nemen in de laatste decennia een voorname plaats in en zijn bestsellers of kassuccessen. ‘In twee lezingen proberen we duidelijk te krijgen wat de theologische achtergrond van die uitdrukking is en hoe die de culturele ontwikkeling heeft beïnvloed.’ 

We gaan dus lezen uit het bijbelboek dat we kennen onder de naam ‘Openbaring van Johannes’, maar dat we ook kunnen aanduiden met de naam ‘Apocalyps’. En we vragen ons af: wanneer begint de interesse in dat bijbelboek of is dat van alle tijden ? En hoe vinden de verhalen uit dat bijbelboek hun weg in de verbeelding via literatuur en beeldende kunst? 

Dan komen we als vanzelf terecht bij de verbeelding in de middeleeuwse kerken (waar de uitbeelding van ‘het laatste oordeel’ een vast onderdeel werd van de ingangsportalen). Ook het werk van de Italiaanse schrijver Dante Alighieri over de hemel en de hel in ‘De goddelijke komedie’ verdient onze aandacht, want hij inspireerde kunstenaars eeuwenlang in hun verwerking en uitbeelding. Via het tapijt van Angers uit de 15e eeuw (‘De Apocalyps’) komen we als vanzelf bij de tijd van de Reformatie met het werk van Albrecht Dürer. Hij verwerkte de ‘apocalyptische beleving van de tijd’ door Maarten Luther in een bijzondere serie etsen over het bijbelboek Openbaring. Via de 20e eeuwse Duitse schilder Max Beckmann, die in de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam een aangrijpende serie schilderijen maakte over de Apocalyps, komen we terecht bij de moderne tijd: in hoeverre sluiten de (vaak geseculariseerde) apocalyptische gevoelens in de hedendaagse kunst aan bij het aloude bijbelboek ? Of zijn daar duidelijk andere accenten in aan te wijzen? 

Al met al een thema, dat gemakkelijk twee volle ochtenden onze aandacht zal vragen! 

 

 

Cursusleiding: dr. Jan Henk Hamoen 

Locatie: De Buorskip, Beetsterzwaag 

Data: woensdag: 14 maart en 4 april 2018 

Tijd: 10.00 - 12.00 uur 

Cursus F

 

Synagogepad Brussel en Antwerpen 2015

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reis, van vrijdag 18 september t/m dinsdag 22 september 2015

 

Het synagogepad 2015 voert naar Brussel en Antwerpen. In het voetspoor van de Romeinse legioenen kwamen al Joden naar deze zuidelijke lage landen, maar er ontstonden pas grotere vestigingen, toen in de 13e en 14e eeuw Joden uit Frankrijk en Engeland werden verdreven en een eeuw later uit Spanje en Portugal. Vanaf 1880 stroomden ook Joden toe uit Oost Europa en het Osmaanse rijk, vooral naar Antwerpen als een springplank naar “de gouden mediene“. Antwerpen heeft vandaag de dag de grootste joodse gemeenschap, vooral van het chassidische jodendom. In Brussel is de joodse bevolking eerder modern ingesteld, ook vanwege de Europese Unie.
In beide steden gaat het om gemeenschappen met een over het geheel pluriform karakter.
Onderweg zullen we natuurlijk ook aandacht schenken aan de cultuur van België.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1e dag: vrijdag 18 september 2015

 

We vertrekken op vrijdag 10 april en logeren in Brussel 2 nachten in het uitstekende en zeer centrale hotel Bloom aan de Rue Royale 250.
We beginnen onze verkenningen met het verrassende museum voor Joods-Marokkaanse kunst. Bij de stadsrondrit aanschouwen we het Atomium en maken we kennis met de uitbundige Brusselse Art-deco, wellicht met een bezoek aan het Hortamuseum of de gigantische basiliek van Koekelberg in Art Deco stijl.

 

 

2e dag: zaterdag 19 september 2015

 

Op zaterdag bezoeken we de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, waar we o.a. James Ensor, Rene Magritte en Paul Delvaux ontmoeten. We werpen een blik in het ontzagwekkende Paleis van Justitie en nemen de lift naar de benedenstad  voor een kennismaking met de veelkleurige wijk de Marollen. Dan bezichtigen we het joods museum van Brussel, dat na de aanslag weer heropend is. Daarna nemen we vrij van elkaar om markt en raadhuis (gobelins over de 6e eeuwse koning Clovis) in het oog te vatten met als besluit de St. Michiels- en St. Goedele - kathedraal in 13e eeuwse gotiek.

 

 

3e dag: zondag 20 september 2015

 

Zondag bezoeken we de neo-romaanse Grote Synagoge, ingewijd in 1878, die sedert 2008 Synagoge van Europa genoemd mag worden. Na een ontmoeting in een liberale synagoge reizen we in de loop van de middag naar Antwerpen met wie weet een stop in Mechelen – of gaan we liever naar het Koninklijk Museum voor Centraal-Afrika, waar helder wordt hoe België met zijn koloniale verleden omgaat? In Antwerpen logeren we in hotel Eden midden in de joodse wijk met zijn diamanthandel (op een laag pitje?), bijzondere winkels en talrijke synagogen.  Vlakbij het station en de legendarische Jugendstil dierentuin.

 

 

4e dag: maandag 21 september 2015

 

De maandag is gewijd aan de ontmoeting met het Antwerpse jodendom , waar de diverse synagogen elk een teken zijn van een specifieke joodse identiteit. Afhankelijk van de mogelijkheden maken we een keuze. De Hollandse synagoge behoort toe aan de grootste van de drie orthodoxe gemeenten in Antwerpen. Gebouwd in een resoluut oosterse stijl en geïnspireerd door de middeleeuwse synagogen in Toledo. De Machsike Hadassynagoge, gebouwd rond 1913 door de joodse architect Jules Hofman heeft een bescheiden uiterlijk, dat een rijk innerlijk leven doet vermoeden, zoals past bij deze zeer bevindelijke tak van de chassidische beweging. Vlakbij het station bevindt zich de Sefardische synagoge. De met de naam van Romi Goldmuntz getooide synagoge werd na WO II gerestaureerd op kosten van deze naamgever. Gevarieerd als de architectuur is het karakter van het synagogale leven. We nemen ook de tijd om zelf in de joodse wijk te wandelen.

 

 

5e dag: dinsdag 1 september 2015

 

Een rustige dag ten afscheid. We bezoeken ook hier het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten met magistraal werk van Rubens, van Dijck en Jordaens. We nemen vrije tijd op de Groenplaats , de Grote Markt en in de Onze Lieve Vrouwe - kathedraal en reizen, hopelijk wijzer geworden, huiswaarts halverwege de middag, wellicht via het MAS, het Museum aan de Stroom, gelegen aan de Schelde.

 

 

Kosten

 

De prijs van deze reis bedraagt bij halfpension, inclusief alle vervoer en excursies per bus, exclusief entreegelden € 510,- p.p. op basis van een 2 pk. De 1 pk toeslag bedraagt € 140,- De avondmaaltijden worden genuttigd in restaurants en tellen twee gangen.

 

 

Aanmelding

 

U kunt zich aanmelden op www.karmelklooster.nl, via de knop agenda en de beschrijving van de reis. Indien u geen internet hebt kunt u zich ook telefonisch aanmelden: 0512- 51 21 03.
Ook kunt u zich aanmelden via het secretariaat van de Olterterperkring: Piet Brongers, tel. 0512-515731; email: info@olterterperkring.nl

Op tijd ontvangt u nadere informatie, onder andere omtrent vertrektijd en -plaats.

NB. Het synagogepad, dat plaats zou vinden van 10 - 14 april jl is niet doorgegaan vanwege het onverwachte overlijden van Dr. Jan Hofstra. Het betekent ook voor de synagogepad-

gangers een groot verlies.

 

Het zal nu plaats vinden van 18 - 22 september a.s., onder leiding van Theunis Veenstra, die al vaker voor Jan Hofstra is ingevallen. We zijn Ietje Hofstra-de Jager dankbaar, en wensen haar sterkte bij de verdere voorbereiding en hopen op een goede voortzetting van onze Hofstra-reizen.

Gezamenlijke slotavond

 

‘Christus in het werk van Chagall’

 

 

Alle bijeenkomsten van cursus A en B worden op maandagavondgehouden in De Buorskip te Beetsterzwaag. Tijd: 20.00 – 22.00 uur.

 

 

23 maart 2015   Gezamenlijke slotavond

 

Dr. Anne Marijke Spijkerboer, predikant te Rijswijk Z.H.

 

Chagall schilderde verschillende malen Christus aan het kruis, soms als hoofdthema, soms op de achtergrond, oprijzend uit een menigte, en soms aan de rand, nauwelijks herkenbaar. ‘De Witte Kruisiging” uit 1938 is met name heel bekend geworden. Wat maakt dat hij als Joodse kunstenaar toch zo vaak gebruik maakt van dit ene christelijke beeld? Dat Jezus een Jood was, is de christelijke generatie van de oorlog duidelijk geworden, zij het soms nog moeizaam. Tegelijk is in de verhouding tussen Kerk en Israël ook wel duidelijk geworden dat de liefde van Joden voor christenen vaak niet zo groot is als andersom. Wat heeft Chagall bewogen om toch zo vaak dit beeld in zijn werk te klaten verschijnen?