Seizoen 2016 – 2017

Gezamenlijke openingsavond

Alle bijeenkomsten van zowel cursus A als B vinden plaats op de maandagavond

in De Buorskip te Beetsterzwaag. Tijd: 20.00 – 22.00 uur.

 

26 september 2016   Gezamenlijke openingsavond

‘Toneel Overdag’ speelt ‘De Scheikundige’

van Chrétien Schouteten

 

 

– 100 jaar gifgas als aanvalswapen –

Frits Haber maakte kunstmest én Zyklon-B mogelijk.

Over het leven van een Joodse scheikundige. Welke vragen had hij en hoe

stond hij in het leven? Hoe verantwoordde hij zijn uitvinding en zijn daden?

 

 

Op 22 april in 1915 werd voor het eerst in de geschiedenis op grote schaal gifgas als aanvalswapen bij Ieper in Vlaanderen gebruikt. De drijvende kracht achter uitvinding van dit gifgas was de Duits-Joodse chemicus Fritz Haber (1868-1934).

 

Diezelfde Fritz Haber ontving in 1920 de Nobelprijs voor scheikunde vanwege de door hem in 1909 ontwikkelde synthese van ammoniak met behulp van stikstof uit de lucht. Deze vinding maakte de grootschalige productie van kunstmest mogelijk.

Haber is tevens de uitvinder van het insecticide Zyklon-B, dat tussen 1942 en 1944 werd gebruikt als gifgas in de vernietigingskampen. Daarvan werden vooral Joodse gevangenen het slachtoffer.

 

Hoe kon Fritz Haber, na zijn inzet voor de ontwikkeling van kunstmest, zijn werk met gifgassen verantwoorden? Wat was hij voor man? Hoe reageerde zijn gezin op zijn controversiële uitvindingen?

In het toneelstuk De Scheikundige van chemicus/schrijver Chrétien Schouteten gaat theatergroep Toneel Overdag van Theaterwerkplaats ‘Het Hek van de Dam’ op deze vragen in.

De schrijver van het theaterstuk Chrétien Schouteten woont in Thesinge (Groningen). Hij hield zich als scheikundedocent aan het Willem Lodewijk Gymnasium in Groningen, aan RSG De Borgen in Leek en als universitair vakdidacticus al bezig met chemische wapens.

 

Spel: Roely van Asselt, Ellen van de Graaf, Dick Hovius, Ton Koster, Jan Roelofs, Marjan Zwiers.

Regie: Peter van Kruining

 

Cursus A

 

Mystiek en verzet

 

 

Een serie lezingen over de omgang met Adonaj in het maatschappelijk leven van alledag. Wat we beluisteren in de kritische spiritualiteit van 20e eeuwse vóórgangers en wat we proeven in poëzie en beeldende kunst.

 

 

3 oktober 2016   ‘De mystieke molen van Miskotte’ over De weg van het gebed

 

Prof. dr. Maarten den Dulk, emeritus hoogleraar praktische theologie aan de Rijksuniversiteit van Leiden.

 

Na zijn emeritaat in 1959 werd K.H. Miskotte betrokken bij een synodale commissie die moest rapporteren over ‘het gebed’. Het was de bedoeling om een antwoord te geven op de vraag van veel gemeenteleden die geen raad meer wisten met de dagelijkse gebedspraktijk. Het ontwerp dat Miskotte zelf schreef werd echter als te moeilijk beschouwd voor een pastorale handreiking. Het verscheen als feuilleton in In de Waagschaal en werd als boek uitgegeven in 1962 en sindsdien herzien, herdrukt en vertaald, zowel in het Duits als in het Engels. Het boekje werd door zijn opvolger H. Berkhof begroet als een werk met enerzijds ‘mystiek gehalte’ en ‘gereformeerde bevindelijkheid’ en anderzijds bedoeld ‘voor de moderne mens’ en getuigend van ‘modern levensgevoel’. We zullen bij het lezen van dit boekje letten op deze beide aspecten. Het gaat zowel om een zekere Mystiek als om een politieke daad van Verzet. Het is echter niet de bedoeling om de jaren zestig terug te halen, maar om tot een eigen en eigentijdse verwerking te komen.

 

 

31 oktober 2016   ‘Hoe de mysticus Martin Buber zich bekeerde tot het dialogisch denken’

 

Prof. dr. Theo Witvliet, emeritus hoogleraar theologische encyclopedie aan de Universiteit van Amsterdam
 

Martin Buber (1878-1965) was in zijn vroege jaren een mysticus. Extatische ervaringen waren hem niet vreemd. In 1909 publiceert hij een rijke verzameling teksten van mystieke uitingen uit verschillende tijden en culturen, van Lao-Tse tot Meister Eckhart en Hildegard von Bingen. Extatische getuigenissen wordt een bestseller. Ook Bubers eerste Chassidische publicaties zijn doordrongen van mystiek.

 

De Eerste Wereldoorlog betekent voor Buber een crisis en een nieuw begin. Hij ontdekt het eigene van het bijbels spreken over de Naam. Dat brengt hem tot een dialogisch denken dat tot uitdrukking komt in zijn bekendste wijsgerig werk Ik en Jij (1923). Daarin staat de bekende zin ‘In den beginne is de relatie’, een tegendraads geluid in de huidige ego-cultuur.

 

Vanavond gaan we nader in op het hoe en waarom van Bubers ‘bekering’.

 

 

28 november 2016   ‘Dorothee Sölle: mystica en rebel van de 20e eeuw’

 

Ds. Judith van der Werf, was IKON-pastor, heeft nu een praktijk voor geestelijke begeleiding, levensvragen en zingeving in Amsterdam

 

Wie Dorothee Sölle noemt denkt aan protestmarsen tegen de oorlogsmachinerie, aan felle geëngageerde theologische uitspraken in een wereld na de dood van God. Maar wat haar tekent is dat haar activisme voortkomt uit een mystieke geloofshouding. Door de jaren heen gaat haar theologische reflectie steeds meer over de verbinding tussen mystiek en engagement. Ze ruilt de klassieke driedeling van purgatio (reiniging), illuminatio (verlichting) en unio mystica (mystieke eenwording) in voor nieuwe woorden die recht doen aan wat zij als doel van de mystiek ziet, nl. betrokkenheid op de wereld om deze tot een plaats van gerechtigheid te maken. Voor Dorothee Sölle begint de mystieke weg bij de verwondering (via positiva) en komt via het lijden bij het loslaten (via negativa) om vervolgens over te gaan naar het in verzet komen (via transformativa).

 

 

9 januari 2017   ‘Mystiek en verzet bij Bert ter Schegget’

 

Dr. Evert Jan de Wijer, predikant van de Protestantse Thomaskerk in Amsterdam

 

Het kan bij menigeen verwondering wekken de naam van Bert ter Schegget aan te treffen in een cursus over mystiek. Wij doen er inderdaad goed aan de term mystiek in dit verband niet al te klassiek op te vatten. Er is geen sprake van enig methodische gang naar God. Mystiek bij Ter Schegget wil zeggen dat de wereld waarin de mens zich bevindt – de term bevinding is daarom meer op zijn plaats – onder de aandacht van de Heer wordt gebracht. Daarbij is het politieke engagement nooit ver weg omdat deze wereld zucht en kreunt in al haar voegen. Precies deze zucht is de kern van het gebed omdat geweten wordt dat mens noch ideologie de wereld hiervan kan bevrijden. Daarom blijven de ogen gericht op de Heer.

 

 

6 februari 2017   ‘Jurjen Beumer. Intimiteit en solidariteit’

 

Dr. Karel Blei, emeritus predikant Prot.Kerk Nederland, oud-secretaris-generaal van de Ned.Herv.Kerk

 

Jurjen Beumer (1947-2013) begon als voorganger van de Kritische Gemeente IJmond. Maar het actievoeren (en de barthiaanse theologie) liet hem onbevredigd; hij miste de worteling in spiritualiteit (mystiek). In 1986 werd hij diaconaal predikant in Haarlem en directeur van het oecumenisch-diaconaal centrum: ‘Stem in de Stad’. Actie en bezinning/spiritualiteit gaan er samen. Dat bepleitte hij principieel in zijn proefschrift: ‘Intimiteit en solidariteit’ (1993). Aanvankelijk geboeid door (de jonge) Miskotte voelde hij later meer verwantschap met Dorothee Sölle. Maar meer dan Sölle zag hij mystiek als, ook al op zichzelf, voor het mens-zijn van belang.

 

 

6 maart 2017   ‘Over de leegte. Mystiek in de Nederlandse literatuur’

 

Drs. Liesbeth Eugelink is schrijver en essayist. Zij publiceerde onder meer in De Groene Amsterdammer, Trouw en NRC Handelsblad. In 2007 verscheen van haar de studie Niets in mij gelooft dat. Hierin toont zij aan dat, anders dan vaak wordt gedacht, religie prominent aanwezig is in de moderne Nederlandse literatuur. 

Spreken we over mystiek, dan hebben we het over mystici als Hadewych en Ruusbroec; over Meister Eckhart en Johannes van het Kruis; over The Cloud of Unknowing. Auteurs en teksten die behoren tot de canon van de christelijk mystieke literatuur. 

 

In de moderne (Nederlandse) literatuur zie je echter opvallend veel beschrijvingen die veel gelijkenis vertonen met de beeldtaal in de traditionele mystieke teksten. In de poëzie, maar opvallend vaak ook in proza. Ik vat dit samen in het begrip ‘alledaagse mystiek’.

 

In de lezing ‘Over de leegte. Mystiek in de Nederlandse literatuur’ laat ik aan de hand van (voornamelijk) hedendaagse Nederlandse romans zien hoe en waarom die mystieke beeldtaal zich een plek veroverd heeft in eigentijdse proza.

 

 

3 april 2017   Gezamenlijke slotavond

Cursus B

 

De actualiteit van de Psalmen

 

 

Na een korte inleiding over het aangegeven aspect c.q. genre van de psalmen wordt een specifieke psalm nader onder de loep genomen.

 

 

17 oktober 2016   ‘De actualiteit van de Psalmen’

 

Prof. dr. Niek Schuman, voormalig docent Oude Testament, later hoogleraar Liturgiewetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam

 

Waardoor komt het dat bij alle vervreemding van de bijbel als heilige Schrift juist de psalmen velen in onze tijd aanspreken, voor het eerst of opnieuw? Het woordje ‘Ik’ klinkt bijzonder vaak in deze verzameling geloofsliederen; dat lijkt goed te passen in het ‘Ik-tijdperk’ waarin wij nu leven. Is dat het geheim? Of is het de directheid waarmee psalmzangers hun hart luchten, uit de diepte, soms ook ‘in de hoogte’? De veelstemmigheid en de veelkleurigheid van de psalmen lijken al deze (en andere verklaringen) van hun actualiteit samen te vatten.

 

 

14 november 2016   ‘Psalmen over de Schepping’

 

Drs. Gerard Swüste was jarenlang werkzaam bij de KRO-radio, o.a. voor programma’s als Kruispunt-radio, Het Klooster, Echo en het Theater van het Sentiment, gaat sinds 1976 regelmatig voor in de Amsterdamse Dominicus

 

In de Psalmen wordt de Levende vele malen toegezongen als de Schepper van hemel en aarde. Er wordt gedankt voor de rijkdom van de natuur, voor het feit dat de aarde stevig is gegrondvest. Maar de dank geldt ook het gevoel dat God nog steeds scheppend aanwezig is. De schepping is een nog steeds voortdurend proces. En dat proces is niet alleen in de handen van God. De mensen zijn uitdrukkelijk uitgenodigd om zich verantwoordelijk te weten voor de Schepping. Dit alles wordt feestelijk bezongen in Psalm 8.

 

 

12 december 2016   ‘Wraakpsalmen’

 

Drs. Jaap Goorhuis, emeritus predikant van de Protestantse Kerk Drs. Jaap Goorhuis, emeritus predikant van de Protestantse Kerk

Er wordt zo hier en daar wel gesproken over wraakpsalmen, maar als je er echt naar gaat zoeken is de oogst matig, om niet te zeggen nul. Maar psalm 94 dan, roept u misschien: ‘Verschijn in lichtglans, God der wrake!’ En die bekende en beruchte slotzin van psalm 137: ‘Welgelukzalig zal hij zijn die uw kinderkens grijpen en aan de steenrots verpletteren zal?’ De psalmist vat dit op als Gods vergelding van aangedaan leed. 

 

Het woord ‘wraak ‘komt in de psalmen maar vijf keer voor. Het verwante begrip vergelding komt vier keer voor en het werkwoord vergelden komt tien keer voor. Het werkwoord wreken komt in het geheel niet voor. 

 

Al zou je dus niet mogen spreken van een bepaalde categorie wraakpsalmen – datgene wat bedoeld wordt is wel een belangrijk en groot thema van de psalmen, misschien wel het grootste en belangrijkste thema: ‘dat God recht doet’. Dat onrecht en leugen niet triomferen. Dat de geschandaliseerde en gebrutaliseerde mens wordt opgericht. We zullen dit deze avond in beeld brengen, allereerst vanuit psalm 94, maar ook andere psalmen en Bijbelplaatsen zullen besproken worden.

 

23 januari 2017   ‘De liederen hama’alot – de liederen van de Opgangen’

 

Dr. Piet van Midden, universitair docent Hebreeuws aan de Universiteit te Tilburg

Het wil wat met de bundel liederen in Psalm 120-134: ze hebben in het Hebreeuws het opschrift sjier hama‘alot, ‘lied van de opgangen’ (behalve Psalm 121, waar sjier lama‘alot staat) maar we weten eigenlijk niet goed wat dat betekent. Uit verlegenheid onvertaald laten, zoals de Statenvertaling? Pelgrims-/Bedevaartslied? Trappenlied? Wat kenmerkt deze bundel, afgezien van het opschrift? En is er een reden te bedenken voor deze volgorde? 

Wat we al gauw vergeten: hoe functioneerde en functioneert de psalm in de joodse traditie? Bij de eerstelingenfeesten (Pesach, Shavu’ot en Sukkot), weten we. In combinatie met Psalm 104. En op het Nieuwjaarsfeest voor de bomen, Tu-bishvat, de 15e van de 5e maand (de maand Shevat). Maar hoe?

 

Vragen genoeg. Gelukkig maar. Je kunt je de Olterterperkring niet zonder vragen voorstellen. We zoeken naar antwoorden of het begin daarvan.

 

 

20 februari 2017   ‘Zingen een nieuw lied: de oude psalmen’

 

Drs. Kees Kok, werkzaam in het Leerhuis De Nieuwe Liefde te Amsterdam als coördinator van projecten op het gebied van leerhuis en liturgische muziek

Ik zal het dan hebben over de Psalmen als liederen, die altijd en op zeer verschillende manieren gezongen zijn, en steeds opnieuw vragen om hertaling, zodat ze ‘van harte’ door telkens nieuwe generaties in de mond genomen kunnen worden.

 

Ik zal mij, na een zeer algemene schets van de geschiedenis van het psalmzingen, vooral concentreren op de nieuwe, vrije Psalmvertaling van Huub Oosterhuis (Ten Have, Utrecht 2011) en behalve naast een bespreking van een aantal kenmerken daarvan, ook een paar Psalmen (op nieuwe melodieën) laten horen.

 

 

20 maart 2017   ‘Psalmen in het Nieuwe Testament’

 

Prof. dr. Cees den Heyer, emeritus hoogleraar Nieuwe Testament en Bijbelse Theologie aan de Theologische Universiteit Kampen, later werkzaam als docent Bijbelse Theologie aan het Doopsgezind Seminarium te Amsterdam

 

Psalmen zijn eeuwenoud. De liederen werden gezongen ver voor het begin van de jaartelling. Het is niet bekend wanneer ze bijeengebracht werden in één boek en waarom voor het getal van 150 psalmen werd gekozen. Zeker is dat ze in de tijd van Jezus en het ontstaan van de vroegchristelijke gemeente tot de populairste geschriften van de Hebreeuwse bijbel behoorden. In deze liederen komen tal van aspecten van het leven van mensen aan de orde: vreugde en verdriet, maar ook vragen betreffende lijden en dood; sommige dichters voelden zich door God en mensen verlaten en anderen weten zich gered uit de macht van het kwaad. In het Nieuwe Testament zijn verrassend veel verwijzingen naar oudtestamentische Psalmen te vinden. Op deze wijze hebben evangelisten en apostelen getracht zich te bezinnen op de betekenis van de woorden en daden van Jezus en op zijn lijden en sterven.

 

 

3 april 2017   Gezamenlijke slotavond

Cursus C

 

‘Joodse literatuur’

 

 

In deze cursus worden vier boeken uit de hedendaagse Joodse literatuur besproken.

 

 

16 januari 2017   Ayelet Gundar-Goshen, Eén nacht, Markovitsj

Met dit boek won de schrijfster in 2012 de Israëlische Sapirprijs voor het beste debuut. Voor haar korte verhalen en filmscripts ontving ze eerder prijzen. Ayelet Gundar-Goshen studeerde psychologie in Tel Aviv. Haar masters volgde ze op met een opleiding Film & Script in Jeruzalem.

 

Eén nacht, Markovitsj is een beeldend en sensueel, soms ironisch en verrassend lichtvoetig boek. Bij oppervlakkige lezing heeft de roman veel weg van een sprookje. In essentie wordt echter de ontstaansgeschiedenis van de staat Israël beschreven. Veel van de gebeurtenissen, hoe sprookjesachtig of grotesk ook beschreven, hebben echt plaatsgevonden. Met humor als machtig middel wordt over ernstige zaken geschreven.

 

Eén nacht, Markovitsj speelt zich grotendeels af in een dorp in Galilea en bestrijkt de periode van vlak voor de Tweede Wereldoorlog tot kort voor de Zesdaagse Oorlog (1967). Niet de Tweede Wereldoorlog staat centraal, maar de Onafhankelijkheidsoorlog (1947-1949). Joden die tijdig naar Palestina waren ontkomen, dachten liever niet terug aan Europa en richtten zich op de toekomst in het nieuwe land. 

Toch moeten twee joden uit Palestina vluchten vanwege een boze echtgenoot. De opvallende en altijd aanwezige Zeëv Feinberg heeft de vrouw van de slager verleid, zijn timide vriend Jacob Markovitsj is medeplichtig. De zionistische ondergrondse biedt een uitweg door hen naar Europa te verschepen. Daar trouwen ze beiden een joodse vrouw, zodat ze naar Palestina kunnen emigreren. Bij thuiskomst staat een rabbi klaar om de huwelijken te ontbinden. Zo zijn de mannen gered en doen ze tegelijkertijd een heldendaad voor het joodse volk. Markovitsj is echter verliefd geworden op ‘zijn’ Bella, dat hij weigert zich van haar te laten scheiden. Het schijnhuwelijk wordt voor beiden een levenslange obsessie. Tussen de lieflijke geuren van sinaasappels proef je eenzaamheid en gemis.

 

 

30 januari 2017   Aharon Appelfeld, Plotseling, liefde

 

Plotseling, liefde is een vormtechnisch hoogstandje. Appelfeld laat de oude Ernst en de veel jongere Irene in korte hoofdstukken steeds dichter bij elkaar komen. Zij heeft een formidabel luisterend oor en een sterke behoefte om voor Ernst te zorgen. Antwoorden op zijn vragen heeft ze niet, of wil ze liever niet geven. Zijn verzoek om na zijn dood alle papieren te vernietigen brengt haar uit balans en boezemt haar angst in. Zoveel verantwoordelijkheid heeft ze nooit gehad. Ernst wordt ziek, kan zijn dagelijkse routine niet meer volhouden, maar weet zich er toch toe te brengen om een paar uur per dag aan zijn bureau te gaan zitten en aan het ultieme boek te werken. Af en toe leest hij haar stukken voor. Het bedwelmt haar, omdat ze uit dezelfde streek afkomstig zijn.

 

Heel natuurlijk worden de belevenissen van de jonge Ernst als fervent antisemitisch communist erin verweven. Irene krijgt zo informatie over haar achtergrond. Ernst blijkt het niet bij zijn ouders te moeten zoeken, maar bij de levens van zijn grootouders. Daar weet hij écht bij aan te knopen, hun wezen te karakteriseren.

 

Appelfeld schrijft geen woord te veel. Toch zit de tekst barstensvol gevoel. Via het dagelijks leven laat hij de lezer reizen naar de wereld van sagen en magie, gebeden en dromen. Dit boek is een schrijverscredo. Alles wat eenvoudig lijkt, is zwaarbevochten. Het toneel van een zware strijd. Niemand is zo moeilijk tevreden te stellen als de schrijver zelf. Wanneer het hart er vrede mee heeft, dan glinsteren de passages. Dat is het wonder van het schrijven. En in deze roman ook het wonder van de liefde, van het tot elkaar komen van twee mensen. Irene trekt Ernst uit de wanhopige diepten en ondergaat daarbij zelf ook een zekere loutering.

 

 

27 februari 2017   David Bezmozgis, De vrije wereld

 

In De vrije wereld schrijft David Bezmozgis het tragikomische verhaal van de drie generaties Krasnanski die in de zomer van 1978 de Sovjet-Unie verlaten op weg naar het beloofde land, in hun geval Canada. Besmozgis, geboren in 1973 in Riga, emigreert zelf in 1980 met zijn ouders naar Canada. 

 

Samuel Krasnanski is zijn hele leven al volgzaam. Zoals zo veel Joden uit het Oostblok, hebben zijn opofferingen tijdens beide wereldoorlogen, zijn vroege en overtuigde keuze voor het communisme en zijn inzet als directeur van een typische Sovjetfabriek niet tot acceptatie geleid. Voor zijn vrouw en kinderen lokt de vrije wereld en hij volgt. Ze blijven steken in Rome, waar ze in afwachting van hun visa een nieuw leven proberen op te bouwen. Bezmozgis schrijft vlijmscherpe dialogen, waarin de lach en de traan elkaar dicht naderen. Vooral de karakters van Samuel en Alec komen daardoor uitstekend uit de verf. De treurnis die Samuels leven bepaalt, wekt onvermijdelijk irritatie op bij zijn reisgenoten. Zijn nostalgie en verbittering zijn volkomen inzichtelijk door de vele terugblikken op tragische momenten uit zijn leven. Zijn mopperen is meer dan een generatiekloof. 

 

Alecs nonchalance zorgt voor de komische noot en de afwisselend kolderieke en trieste gebeurtenissen die duidelijk maken dat het leven nu is en niet in de plannen die je maakt. Dat ‘nu’, het Rome van eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, wordt overigens magistraal geschetst. De vrije wereld is een meeslepende roman die vooral uitmunt in de kracht en de zuiverheid van de kleinste details.

 

Tien jaar later is de thematiek nog even actueel. Het is het universele verhaal van mensen die wachten op een verblijfsvergunning. De verschillende motivaties om te vluchten en verwachtingen over de beter leven in een onbekend land.

 

 

27 maart 2017   Amos Oz, Judas

 

Amos Oz is op 4 mei 1939 geboren als Amos Klausner in Jeruzalem en heeft zich een grote reputatie verworven als schrijver. In 2005 kreeg hij de prestigieuze Goethe-prijs voor literatuur die eens in de drie jaar wordt toegekend. Hij wordt regelmatig genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs voor de literatuur. Zijn oeuvre is omvangrijk en omvat romans, korte verhalen en kinderboeken. Daarnaast verschenen er van zijn hand meer dan 400 artikelen en essays over de Hebreeuwse literatuur alsook over de situatie(s) in het Midden-Oosten. Hij is een ferm voorstander van een twee-statenoplossing voor het conflict tussen Israël en Palestina en is fel gekant tegen het religieus geïnspireerd zionisme en religieus fanatisme in het algemeen.

 

De nieuwste roman Judas speelt zich af in de winter van 1959/1960 in Jeruzalem. De hoofdpersoon Sjmoeël Asj is een astmatische, sociaal kwetsbare student met een wilde baard die geneigd is aan veel te beginnen en weinig te voltooien. Een ongelukkige samenloop van omstandigheden doet hem besluiten met zijn studie te stoppen, ondanks het feit dat hij al redelijk op weg is met een scriptie over de Judas met de stelling dat hij niet de verrader was waarvoor men hem houdt. Eigenlijk wil Sjmoeël weg uit Israël. Toevallig stuit hij op een advertentie waarin voor een oude invalide man, Gersjom Wald, een dagelijkse gesprekspartner gevraagd wordt. Een paar uur per dag, ‘s avonds, moet hij proberen zoveel mogelijk met hem van mening te verschillen. Kost en inwoning zijn deel van het arbeidscontract. Menig student ging hem al voor. Sjmoeël accepteert de baan en krijgt een kleine kamer boven de keuken. Zijn scriptiewerk neemt hij mee. Het contact met zijn ouders en zus zet hij op een zeer laag pitje, de eerste van de vele vormen die het verraad in dit boek. Een rijke en complexe Bildungsroman over drie generaties Israëliërs die worstelen met zichzelf en hun onmogelijke land.




Cursusleiding: Erica Plomp – den Uijl, Makkinga
Locatie: Karmelklooster, Burg. Wuiteweg 162, Drachten

Bij voldoende deelname kan gekozen worden tussen:
C1 : 13.30 - 15.30 uur
C2 : 16.00 - 18.00 uur

(U dient zich voor 1 december 2016 aan te melden!)

Cursus D1

 

‘Tegen de heersende wanorde’ 
Veerkamp en Rosenzweig hand in hand

 

In het vorige seizoen hebben wij in vogelvlucht ‘Deze wereld anders’ van Ton Veerkamp gelezen. Gedurende de vier bijeenkomsten van dit seizoen willen wij zijn hoofdstuk over het messianisme er nog eens uitlichten, over de evangeliën en Paulus: er blijkt een tegoed te zijn in het eerste christendom waaraan tot nu toe, dus al tweeduizend jaar, is voorbijgegaan.

 

Veerkamps beschrijving zal blijken zeer actueel te zijn, en hopelijk ook bruikbaar in onze ontkerstenende wereld: tussen de puinhopen van het oude bestaan en de rigide wetten van de heersende orde is er een roepstem waar je niet omheen kunt. 

Daar ligt een verbinding met Rosenzweig: ‘Wadend door de zee van de Duitse ellende probeer ik mijn boek droog te houden,’ schreef hij aan het einde van de oorlog van 1914-1919, tijdens het schrijven van de Ster van de Verlossing. In een totaal veranderde tijd zoekt hij een nieuwe oriëntatie. 

 

Brengen jodendom en/of christendom ons door de zee van ellende heen?



Cursusleiding: ds. Alex van Ligten en ds. Adri Sevenster
Locatie: De Buorskip, Beetsterzwaag
Data: woensdag 12 en 26 oktober, 9 en 23 november 2016

Tijd: 10.00 - 12.00 uur

Cursus D2

 

‘Inspirerende levensverhalen in beeldende kunst, literatuur en muziek’

 

Bij de opening van een tentoonstelling over Charlotte Salomon in Berlijn sprak Judith Belinfante de openingsrede. Zij ging daarbij onder andere in op het feit dat het Joods Historisch Museum (JHM) beheerder is van haar werk. Zij zei toen: ‘De directeur van het Stedelijk Museum raadde de vader en stiefmoeder van Charlotte aan de verzameling over te maken aan het JHM, omdat naar zijn mening Charlottes ervaringen in de tijd van het nationaal socialisme haar werk tot een joods werk maakten. Wel, daarin mag hij gelijk hebben, als hij daarin een typisch joodse levenswijze ziet: niet zozeer in haar besef van vervolging, maar meer in haar sterke en onbedwingbare wil om te overleven’. 

 

Op vier woensdagochtenden proberen we dan ook de onderstaande kunstenaars niet alleen te bezien vanuit de ervaringen van de Holo- caust, maar hun werk ook te plaatsen in het bredere verband van literatuur, geestelijk klimaat en de persoonlijke verwerking daarvan. Daarbij komt voortdurend de vraag aan de orde hoezeer hun levenshouding ons kan inspireren. Want ‘verhalen moet je zo vertellen, dat je er ook zelf in mee gaat doen’, zoals een chassidische wijsheid zegt.

 

De kern van de serie wordt gevormd door werk en biografie van Felix Nussbaum. Aan hem besteden we twee ochtenden. Van 1935-1944 woonde en werkte Nussbaum in Oostende en Brussel en daar was het werk van James Ensor haast alom tegenwoordig. Ensor speelde ook een belangrijke rol bij het verkrijgen van een visum voor Nussbaum. We beginnen de serie daarom met een ochtend over Ensor. We ronden de kleine serie af met een ochtend over Charlotte Salomon, die juist vanuit onze vraagstelling een geheel eigen invulling geeft aan het thema ‘overleven’. 

 

 

1. James Ensor (1860 – 1949)

Geboren, getogen en overleden in Oostende is James Ensor en zijn kunst intens verbonden met deze stad aan de Belgische kust. Vanuit die omstandigheid spelen in zijn vroege werk landschappen, duinen, zee een centrale rol. In zijn werk spelen maskers een centrale rol en onthullen zijn visie op mens en samenleving. Veel van zijn werk is eveneens geïnspireerd op kerk en religie. Zijn meesterwerk is ‘De intocht van Christus in Brussel’ en laat een onuitwisbare indruk achter. Zijn huis in Oostende is, ook in de tijd dat Nussbaum daar woonde, één van de attracties van de stad door de persoon van Ensor, maar ook door de extravagante inrichting. De confrontatie van zijn werk met dat van Nussbaum laat zien dat ze totaal andere persoonlijkheden waren vanuit psychologisch en artistiek oogpunt.

 

2. Felix Nussbaum (1904 – 1944)

Op deze eerste van twee ochtenden over Felix Nussbaum verdiepen we ons in zijn biografie vanuit de vraag naar de of onze visie op de plaats van de kunst en de kunstenaar in een complexe samenleving. Het boek ‘Orgelman’ met als ondertitel ‘Felix Nussbaum, een schildersleven’ van de schrijver Mark Schaevers kan goede diensten bewijzen (uitgeverij De Bezige Bij, 2015 - bekroond met ‘De gouden boekenuil’ 2015). Al lezend kijken we daarbij natuurlijk ook naar diverse werken van Nussbaum. Hierbij is onder andere te denken aan Lagersynagoge, St. Cyprien, De Verdoemden, De beide Joden - interieur van de synagoge in Osnabrück e.v.a.

 

3. Felix Nussbaum (1904 – 1944)

De tweede ochtend over Nussbamum concentreren we ons onder
andere op het schilderij ‘Triomf van de dood’. Dit thema proberen we te plaatsen in de bredere context van ‘de dodendans’ als oud thema in de beeldende kunst, liturgie en muziek. Bovendien luisteren naar fragmenten van ‘Der Totentanz’ van Hugo Distler. Dit muziekstuk is in 2010 uitgevoerd in een Friese vertaling. In dit muziekstuk hoor je dat zowel de keizer, de bisschop, de boer, de arts, het kind en anderen voor de Dood moeten verschijnen. Je hoort dat ieder hierin gelijkwaardig is. Allen moeten zich verantwoorden. Het kind echter niet en met de kluizenaar komt het goed...

4. Charlotte Salomon (1917 – 1943)

De derde persoon in deze korte serie aan wie we aandacht schenken is Charlotte Salomon. Zij werd geboren in Berlijn. Haar vader was arts en toen ze acht jaar was pleegde haar moeder zelfmoord. Na enkele jaren hertrouwt haar vader met Paula Lindberg, een gevierde operazangeres. In het begin van de jaren veertig verhuist Charlotte naar Zuid-Frankrijk en neemt nog later haar intrek in een pension in St. Jean Cap Ferrat. In september 1943 wordt ze via Nice naar Drancy gebracht en later naar Auschwitz gedeporteerd, waar ze korte tijd later wordt vermoord.

 

Het verhaal van Charlotte lijkt zo op het eerste gezicht parallel te lopen met dat van vele jonge Joodse meisjes en vrouwen uit die oorlogsjaren. Maar het bijzondere is, dat Charlotte in Frankrijk besluit om haar levensverhaal in beeld te brengen, via tekst, verbeelding en muziek. Ze noemt het zelf een theaterstuk en geeft het de titel mee: ‘Leben oder Theater?’ In die uitbeelding, die in totaal bijna 1000 gouaches omvat, probeert ze haar leven in alle hoogte- en dieptepunten onder ogen te komen en zo te verwerken. Zoals ze zelf ergens schrijft: ‘Dat ik het leven liefheb en er driewerf ja tegen zeg. Om het leven in zijn geheel lief te hebben, daarvoor moet men ook de tegenkant ervan, de dood, omhelzen en begrijpen.’ Het thema van leven en dood, liefde en dood komt in vele van haar teksten en in enkele van haar tekeningen expliciet naar voren. Ook inhoudelijk naar aanleiding van liederen van Schubert rond het thema van ‘Het meisje en de dood’. Naast muziek en beeld gebruiken we wellicht ook fragmenten uit de documentaire van Franz Weisz over het leven van Charlotte.

 

Cursusleiding: dr. Jan Henk Hamoe

Locatie: De Buorskip, Beetsterzwaag

Data: woensdag 18 januari, 1 en 15 februari, 1 maart 2017

Tijd: 10.00 – 12.00 uur

Cursus D3

 

Jood zijn is overal anders

 

Joden leven over de hele wereld verspreid. Ze zijn een volk en hebben dus twee nationaliteiten: één nationaliteit die in hun paspoort staat en één die niet aan een bepaald land is gekoppeld, maar cultureel-religieus- sociaal bepaald is (om het gebrekkig te zeggen). Alle Joden hebben dezelfde basis (als het Jood-zijn iets voor hen betekent, wat voor velen niet zo is). Tegelijkertijd verschillen ze per regio nogal van elkaar. Anders gezegd: het joodse volk kent sub-etniciteiten. Russische Joden zijn anders dan Jemenitische. Engelse Joden zijn anders dan Nederlandse. Braziliaanse Joden zijn anders dan Zweedse.

En zo verder.

Deze verschillen zijn ontstaan door een andere geschiedenis, een net iets andere invulling van de traditie, het leven onder een verschillend staatsbestel, het al dan niet aanwezig zijn van geïnstitutionaliseerde joodse stromingen, andere uitdagingen die de niet-joodse leefomge- 

ving met zich meebrengt, verschillend scholingsniveau per regio, verschillende positie van de vrouw in de diverse leefomgevingen, en zo verder.

 

In twee lezingen krijgt u inzicht in verschillende groepen Joden: de Asjkenazische (Oost-, Midden-, West-Europese en Noord-Amerikaanse Joden), de Sefardische Joden (oorspronkelijk afkomstig uit Spanje en Portugal), de Oriëntaalse Joden (levend in de islamitische wereld) en de Jemenitische Joden. Voor al deze Joden zijn de religieuze teksten waarop hun Jodendom is gestoeld dezelfde: Tanach (Oude Testament), Misjna (Monderlinge Leer), Talmoed, Responsa. Maar de bouw van hun synagogen, het voedsel dat ze eten, de muziek die ze maken, de kleren die ze dragen, de politieke opvattingen die ze koesteren, de sociale organisaties die ze oprichten, de opleidingen die ze volgen, de literatuur die ze lezen is beïnvloed door de omgeving waar ze honderden tot duizend jaar leven (leefden). 

 

De onderliggende structuren van het joodse samenleven en hoe die wereldwijd steeds verschillend worden ingevuld, zullen in deze cursus verduidelijkt worden. Achtergrondinformatie over deze sociale model- len vindt u in het boek ‘Joodser dan dit krijgt u het niet. De levenskunst van de Joodse beschaving’ en in de serie hoorcolleges ‘De Joodse beschaving. Een cultuurgeschiedenis van het Jodendom’ van Tamarah Benima.

 

 

Cursusleiding: rabbijn Tamarah Benima

Locatie: De Buorskip, Beetsterzwaag

Data: 15 en 29 maart 2017

Tijd: 10.30 – 12.30 uur

Cursus E

 

Synagogepad

 

Om de wortels van de christelijke geloofsgemeenschap beter te leren verstaan zijn we in 1995 begonnen met het organiseren van het ‘Synagogepad’. Inmiddels is dit enigszins van karakter veranderd: niet alleen synagoges en andere joodse bezienswaardigheden zijn ons doel, daarnaast richten we onze aandacht ook op instellingen en ontmoetingen die liggen op het snijvlak van de joodse en christelijke cultuur.

 

Het waren bijzondere reizen naar plaatsen met een buitengewone geschiedenis en met verrassende ontmoetingen met mensen. Reizen, die hun bijzondere karakter ook ontleenden aan de bezielende leiding van dr. Jan Hofstra.

 

Door zijn plotselinge overlijden, vorig jaar, is ook een einde gekomen aan de bijzondere wijze waarop hij de reizen van het leerhuis verrijkte met zijn kennis, ervaring en persoonlijke ‘touch’. Mede om die reden hebben we besloten om te stoppen met het organiseren van reizen in het kader van het synagogepad.

 

Wel willen we aandacht geven aan activiteiten, die in het kader staan van betrokkenheid bij joodse wortels van onze verhalen. Te denken valt aan exposities, dagexcursies en speciale activiteiten, zoals symposia, studiedagen en bijzondere ontmoetingen. Wanneer daarover informatie bekend is willen we die doorgeven aan belangstellenden. Tevens zal deze informatie op de website geplaatst worden.    

 

Bij de inschrijving (kaart of website) kunt u uw interesse voor deze activiteiten in het kader van het synagogepad aangeven, zodat u die informatie ontvangt. 

NB: Verder willen we ook graag geattendeerd worden op relevante activiteiten, mocht iemand daarvan op de hoogte zijn. Dat kan via het secretariaat van de Olterterperkring: info@olterterperkring.nl

Gezamenlijke slotavond

 

Mystiek in de kunst

 

 

Alle bijeenkomsten van cursus A en B worden op maandagavondgehouden in De Buorskip te Beetsterzwaag. Tijd: 20.00 – 22.00 uur.

 

 

3 april 2017   Gezamenlijke slotavond

 

Dr. Anne Marijke Spijkerboer, predikant van de Protestantse Kerk te Rijswijk Z.H.
 

 

Het woord mystiek wordt doorgaans gebruikt voor een kant van de theologie die in de geschiedenis vaak onderbelicht is gebleven, omdat ze als subversief te boek stond. In de middeleeuwen waren het vrouwen in en buiten kloosters die op deze manier een weg vonden voor hun directe religiositeit. In onze tijd is mystiek door o.a. Dorothee Sölle en Jurjen Beumer ook verbonden geraakt met politieke betrokkenheid. Is er zoiets ook in de kunst? Een kunst die iets oproept wat vroeger de (middeleeuwse) officiële leer onwelgevallig was, maar niettemin wijde weerklank vond? Het zal deze avond een zoektocht worden naar elementen van deze variant van mystiek.

Barnett Newman (1905-1970)